De negentiende eeuw van nabij

Door Theo Hakkert

Uit Tubantia, najaar 2000


De moderne Europese roman begon in Spanje. Met Don Quichot van Cervantes, dat in 1605 verscheen en nog immer geldt als een van de grootste romans aller tijden. In Spanje zelf bleef het vervolgens ruim twee eeuwen stil voor er weer romans van enige betekenis en allure verschenen. De grote negentiende eeuwse schrijver was Benito Pérez Galdós (1843-1920), negende en daarmee jongste kind van een wijnboer. Zijn oeuvre is enorm. Galdós schreef naast allerlei los werk aan twee grote projecten. In de Episodios Nacionales, een reeks van meer dan tien geschiedenisboeken, poogde hij het Spanje van zijn tijd en de recente historie vast te leggen, vanaf de slag van Trafalgar in 1805. Hij werkte aan de Episodios vanaf 1873. Om het ingesukkelde Spanje, om het met Louis Paul Boon te zeggen ‘een geweten te schoppen’.

Acht jaar later zou hij een nog ambitieuzer project beginnen: Novelas Contemporáneas. Een serie romans over Spanje vanaf zo ongeveer 1875. Een Tandeloze Tijd ŕ la Van der Heijden, want in de vele romans die Galdós schreef, wemelt het van de figuren die telkens in weer andere boeken opduiken. Waardoor de cyclus van Galdós al net zo naar zichzelf verwijst als die van Van der Heijden.

Maar het is beter en meer voor de hand liggend de aanpak van Galdós te vergelijken met een andere negentiende eeuwse schrijver. Een Franse schrijver ook wiens werk hij goed kende: Honoré de Balzac, wiens cyclus Comédie Humaine tot voorbeeld diende.

In tegenstelling tot Balzac is Galdós is Nederland een grote onbekende. Er is vrijwel nooit iets van hem vertaald, mogelijk omdat voor de Spaanse letterkunde hier sowieso minder belangstelling lijkt te bestaan dan voor bijvoorbeeld de Franse en Italiaanse. Uitgeverij Menken Kasander & Wigman heeft het plan opgevat zeven titels van Galdós uit te brengen. Daar is twee jaar geleden schoorvoetend een begin mee gemaakt. Maar van de kleine roman Marianela werd toen al gezegd dat het niet tot de hoofdwerken behoorde en niet representatief was voor het werk van Galdós.

Met de publicatie van de tweede titel is alles rechtgezet. Fortunata en Jacinta staat te boek als zijn magnum opus en het is inderdaad grandioos. Het is een roman van ruim 1.200 bladzijden, gecentreerd rond vier hoofdpersonen, maar met in totaal meer dan driehonderd personages. Het wordt door vertaler Adri Boon in zijn nawoord omschreven als ‘een universum’ en daarmee is niets te veel gezegd. Laat door dit woord echter niet de indruk ontstaan dat het boek ergens ver weg speelt. Een van de meest boeiende aspecten van de roman is juist dat Galdós zo dicht bij huis bleef. Net als in de Episodias wilde hij in zijn romancyclus dus het leven van alledag neerleggen, mede met het oogmerk Spanje de ogen te openen en nieuw elan te creëren.

In Fortunata en Jacinta fietst Galdós dwars door alle standen heen. Hij neemt de lezer mee de volksbuurten in, loodst hem door gegoede kringen en laat hem aanschuiven bij boeren, burgers en buitenlui. Hij doorspekt de vele verhaallijnen van zijn roman met tal van essayistische, maatschappelijke commentaren en kanttekeningen bij de tijdgeest.

‘Het is merkwaardig om vast te stellen dat onze tijd, in veel opzichten zo treurig, een gezonde klassenvermenging te zien geeft, of liever gezegd een maatschappelijke eendracht en verzoening. Wat dat betreft ligt ons land voor op anderen, waar de moeizame strijd om gelijkheid nog lang niet beslecht is. Hier is dat probleem op een eenvoudige en vreedzame manier opgelost dankzij de democratische aard van de Spanjaarden en de geringen tegenstand van de adel.’ (...) ‘Ongemerkt zijn door de bureaucratie, de armoede en de academische opvoeding die elke Spanjaard krijgt alle lagen van de bevolking zozeer met elkaar verstrengeld geraakt dat er een stevig nationaal bindweefsel is ontstaan. Hoge geboorte zegt ons niets meer, en alle verhalen over adelbrieven worden voor kennisneming aangenomen.’ De verhaallijnen en de karakters van de personages ondersteunen dit soort passages, zijn er de fictieve uitwerkingen van en zo vormt de roman een spiegel van zijn tijd. Erg knap van Galdós om zo de vinger aan de pols van zijn eigen tijd te houden en de Spaanse zeden en mores van de negentiende eeuw zo te vereeuwigen.

De romanscčnes, vol liefde, achterdocht, trouw en ontrouw, overspel, achterklap en gekonkelfoes, zijn met verve getekend, met humor en ironie en altijd met lichte toon. Met empathie schildert Galdós zijn personages, ook al zijn ze niet allemaal zuiver op de graat. Hier zijn vele overeenkomsten aan te wijzen met die andere grote Spaanse roman uit de negentiende eeuw, La Regenta van Clarin, waarin de personages al net zo genuanceerd worden getekend.

Modern is Fortunata en Jacinta natuurlijk niet. Het is een boek over de tijd waarin het speelt en dus ook een boek van die tijd. Het vraagt om een totaal ander leestempo, al is de thematiek, met name wat betreft de seksuele zeden, van alle tijden. Galdós is zo’n schrijver die de lezer graag bij de hand neemt, hem door de roman loodst en van tevoren waarschuwt als hij zich een zijsprong permitteert. ‘Maar nu eerst even iets anders.’ Hij is een echte gids, prettig gezelschap en bovenal een groots verteller. Niemand brengt je dichter bij het Spanje van zijn tijd dan Benito Pérez Galdós.


Naar de MKW-beginpagina