|
De blinde jongen en het lelijke meisje Door Geurt Franzen Uit De Gelderlander van 29 december 1998
Benito Pérez Galdós (1843-1920) wordt beschouwd als een van de grootste Spaanse schrijvers van de vorige eeuw. De op Gran Canaria geboren auteur/politicus verwierf faam met een omvangrijke reeks historische romans, de Episodios Nacionales, bestaande uit 46 delen die tussen 1873 en 1879 verschenen. Zijn waardevolste werken zijn echter de 'moderne' romans en toneelstukken die hij daarna publiceerde. Een pareltje in zijn uitgebreide oeuvre is zeker Marianela (1878), waarvan onlangs in de fraaie Spaanse Bibliotheek van uitgeverij Menken Kasander & Wigman een vertaling verscheen. Marianela is op het eerste gezicht een lief, romantisch verhaaltje. Het is de geschiedenis van een eenvoudig meisje in een Spaans mijnwerkersdorpje.Ze is niet al te gezond en niet al te knap en omdat ze te zwak is om mee te werken in de mijnen wordt haar opgedragen de blinde Pablo, zoon van een van de notabelen, te geleiden. Dagelijks wandelen de twee door de overweldigende, soms schitterende, soms bedreigende natuur van het berglandschap. Terwijl Marianela het landschap beschrijft, maakt de ontwikkelde Pablo het meisje deelgenoot van zijn filosofische gedachten. Ze raken op elkaar verliefd, dat spreekt bijna vanzelf. Pablo is knap, Marianela is lelijk. Maar, zegt de blinde jongen tegen het meisje, ik zie je schoonheid van binnen: "Is wat er is en wat men voelt niet één dezelfde'? Zijn vorm en idee niet als warmte en vuur?" Dan verschijnt er een dokter in het dorp, een bekwame oogarts die licht zal brengen in de ogen van Pablo. Maar tegelijkertijd wordt het donker voor Marianela. Hoe zal Pablo reageren als hij uiteindelijk haar onfortuinlijke gestalte zal kunnen zien? Licht en donker verruilen van plaats maar behouden hun contrast. Zoals Galdós ook vorm en inhoud, in weerwil van wat Pablo zegt, tegenover elkaar stelt. En dat niet alleen. Zoals de leergierige Pablo de rationele, vooruitstrevende wetenschap symboliseert, zo is de bijgelovige, godvruchtige Marianela de verpersoonlijking van de oprechte, zuivere, 'wilde' natuurmens ŕ la Jean-Jacques Rousseau. Marianela is geschreven in een uitdrukkelijk negentiende-eeuwse vorm. Galdos zelf leidt ons rond door zijn verhaal, de lezer hoeft zich geen weg te banen door een oerwoud van tijdsprongetjes en decorwisselingen en de schrijver meldt steeds wat hij zo meteen gaat vertellen. Of wat niet. Die oubollige stijl roept hooguit een glimlach op, zeker geen ergernis. De moderne vertaling heeft een al te ouderwets aandoend verhaal voorkomen en de thematiek, de wrijving tussen vorm en inhoud, tussen rede en geloof, tussen wetenschap en natuur, is nog even actueel als honderd jaar geleden. De lezer moet zelf maar kiezen, lijkt Galdós te zeggen. In Marianela spaart hij de arme dorpeling, die hij 'hebzuchtig' noemt, evenmin als de notabele burger, die hij afschildert als eén nep-weldoener. Als Galdós al een keuze maakte, dan is het in Marianela niet voor de vooruitgang en niet voor het conservatisme. Galdós koos vooral voor het drama. Hij was immers in de eerste plaats kunstenaar.
|