|
Melodrama's van de Spaanse Balzac Wie onverhoopt een vertaalde roman van Benito Pérez Galdós (1843-1920) in handen krijgt, zal zich wellicht afvragen wat een Nederlander aanmoet met het werk van deze Spaanse schrijver uit de negentiende eeuw. Een dergelijke overweging belette de Leidse uitgeverij Menken Kasander & Wigman niet om de afgelopen zomer maar liefst twee romans van Galdós uit te brengen. In Leiden verschenen er inmiddels zeven boeken van de auteur, die bekend staat als Spanje's belangrijkste negentiende eeuwse schrijver. Zijn werk doet niet onder voor dat van Dickens, Balzac of Zola. Je hoeft de geschiedenis van de Spaanse literatuur er niet bij te halen om lezers voor Galdós te winnen. 'Tormento' is een boek waaraan je in een klap verkocht bent. Op het eerste gezicht doet de gecompliceerde liefdesgeschiedenis tussen de rijke Agustín Caballero en het weesmeisje Amparo, alias Tormento, aan als een melodrama. Vanaf het begin, ten huize van de gegoede burgersfamilie Bringas, waar Agustín het weesmeisje dagelijks in het huishouden ziet werken, tot aan het einde, na haar mislukte zelfmoordpoging, een afgeblazen huwelijk en een heimelijke vlucht naar Frankrijk, heeft Galdós een feuilleton geënsceneerd dat vandaag de dag goed zou zijn voor een populaire soapserie. Maar er is natuurlijk meer. Om te beginnen de enscenering. Niet voor niets voert de schrijver voor en na het echte verhaal een toneeltekst op, waarin niet voor niets een schrijver van melodramatische stuiverromans aan het woord is. Het decor van het werkelijke verhaal, Madrid, krijgt hierdoor het karakter van een theater, waar de hoofdrolspelers een goedkoop stuk opvoeren over 'dit slaperige, gelukzalige Spanje...dat geen stap verzet, niets verwacht en leeft van de illusie van het moment door met een bloeiende staf in de hand naar de hemel te kijken,' zoals de verteller opmerkt. Hij verwoordt Galdós' visie dat het maatschappelijk leven in de door hem beschreven tweede helft van de negentiende eeuw een deerniswekkende schijnvertoning was. Ook al vond Galdós, conform de realistische traditie, dat zijn romans 'een getrouwe weergave moeten zijn van de maatschappij waarin wij leven', hij geeft graag een groteske draai aan de werkelijkheid. Je ziet het aan de namen van zijn personages. De hoofdpersoon van het tweede boek, Mevrouw Rosalía Bringas, heet van huis uit Pipaón de la Barca, een hilarische verbastering van de naam van Spanje's beroemde toneelschrijver Calderón de la Barca. Uitgerekend zij, toonbeeld van het theatrale schijnleven van de Madrileense hogere klassen, wordt door Galdós naar het schandelijke verlies van haar eer geleid. Je ziet het ook aan de decors. Aan het begin van 'Mevrouw Bringas' verdwaalt meneer Bringas in het koninklijke hof, hoewel hij er zelf woont. De schijver laat Bringas urenlang door een volslagen uit zijn voegen gegroeid labyrint zwerven, bevolkt door louter uitvreters, die hun ledige dagen vullen met het dingen naar de gunsten van Hare Majesteit. Hier plaatst Galdós de kern van het verwekelijkte negentiende-eeuwse Spanje, waarvan de rigide rangen en standen nodig op de helling moesten, evenals de uitgeholde peilers van staat, kerk en gezin. Het verhaal biedt minder drama dan 'Tormento', maar laat duidelijker zien dat Galdós met zijn 'novelas contemporáneas', waartoe hij de twee boeken rekende, de petite histoire gebruikte om de eigentijdse geschiedenis te analyseren. Aldus betaalt mevrouw Bringas haar ziekelijke hang naar pracht en praal met steeds grovere afbreuken aan het fatsoen en de goede zeden waar zij en haar standgenoten zich op laten voorstaan, terwijl de geruchten over een opstand zich opstapelen. Aan de voor avond van de revolutie van september 1868, die het kaartenhuis van de Spaanse monarchie aan het wankelen bracht, geeft Rosalía ten slotte ook het laatste bastion van haar vrouwelijke waardigheid prijs: haar lichaam. Desalniettemin is deze hoogstbeschaafde dame overtuigd van haar morele superioriteit. Zeker jegens Amparo. Een weesmeisje als zij heeft de keuze hoer te worden of haar eer te redden door zich als dienstmeid af te sloven. Dat Agustín Cabellero, een neef van de familie, naar haar hand dingt, schokt het burgerlijke normbesef van de Bringassen. Hoe kan de man die in de Spaanse kolonies zijn fortuin heeft gemaakt, zich inlaten met zo'n minderwaardige partij? Maar Agustín ziet in de eenvoudige Amparo juist de kroon op zijn behoefte aan rust en orde, die hij in het beschaafde vaderland denkt te vinden. Helaas rust er een vloek op de liefde. De voorbeeldige Amparo verbergt een schandvlek, die vanzelfsprekend niet geheim blijft. Agustín ziet af van een huwelijk. Maar niet alles is verloren, zo slecht heeft Galdós het niet voor met zijn helden. Agustín beseft dat hij niet naar zijn hart, maar naar de maatschappelijke conventies geluisterd heeft. Hij vervloekt de beschaving. ,,Je bent opgegroeid in anarchie en daartoe zal je moeten terugkeren'', vermaant de man, die wijs is geworden in de ruige Nieuwe Wereld, zichzelf. Zijn vlucht naar Frankrijk om samen met Amparo de vrije liefde te belijden, vertolkt Galdós' geloof dat krachten als de natuur, vrije wil, en instinct het medicijn zijn om Spanje, dat volgens hem aan civilisatie ten onder gaat, er bovenop te helpen. Galdós was in staat om meeslepend drama, op het kitscherige af, te koppelen aan ingrijpende maatschappelijke gebeurtenissen en diepgravende morele vraagstukken. Als dat nog niet genoeg aanbeveling is, dan is er ook nog Galdós' opvallend frisse en heldere taal. Mede dankzij de uitstekende vertaling, zijn de zinnen in honderd jaar geen spat verouderd. En dan te bedenken dat Galdós soms drie romans per jaar schreef: ook qua omvang is zijn werk een negentiende-eeuwse meester waardig. Zijn Spaanse comédie humaine telt ruim dertig romans, naast theaterstukken, journalistieke artikelen en de kolossale 'Episodios Nacionales', een reeks van bijna vijftig geschiedkundige werken over Spanje's negentiende eeuw. Er staat in Leiden nog veel werk op stapel.
|