|
Spaanse
dikdoenerij Net als Cervantes hoort Galdós tot de klassieken van de Spaanse literatuur. Het verschil tussen beiden is dat Cervantes onsterfelijk werd met een enkel meesterwerk, terwijl Galdós het veeleer van de breedte moet hebben. Fortunata en Jacinta, vorig jaar in het Nederlands vertaald, wordt vaak beschouwd als zijn belangrijkste werk, maar zelfs die roman heeft nooit de status van Don Quichot verworven. Om Galdós naar waarde te schatten moet je eigenlijk verschillende titels van hem lezen. Hij heeft, net als zijn grote voorbeeld Balzac, een wereld gecreëerd met terugkerende personages, waarin je langzaam binnengelaten wordt en waarvan je van langsom meer gaat houden. Voor de hedendaagse lezer is die beslotenheid veeleer een nadeel. Waarom zou die de moeite doen zich in te leven in een wereld die allang de zijne niet meer is? Wat moet hij met al die hovelingen en kolonialen, priesters en nonnen, dames van de liefdadigheid en verlopen dienstmeiden? Waarom tijd spenderen aan een auteur die in eigen land wel een nationale glorie is, maar binnen de Europese ruimte voorbijgestreefd wordt door Balzac, Dickens, de grote Russen en Eça de Queiroz? Afgelopen zomer verschenen gelijktijdig Tormento en Mevrouw Bringas, beide romans uit 1884. Toentertijd pasten ze in de cyclus ‘Contemporaine romans’, voor ons zijn het op de eerste plaats historische curiosa. In Tormento vertelt Galdós het uitgekauwde verhaal van het arme dienstmeisje dat een miljonair aan de haak weet te slaan. Helaas is er een probleem, want er is al een andere man in haar leven, een priester nog wel, die haar al geruime tijd stalkt. Nu is haar enige zonde dat ze niet geheel onmenselijk geweest is en zich ooit over de man ontfermd heeft. Hoewel haar strikt genomen geen schuld treft, voelt ze zich onfatsoenlijk en daardoor raakt ze pas echt in de nesten. Uit pure naïviteit gaat ze zich onoprecht gedragen. Ze verzint smoesjes, uitvluchten, leugentjes om bestwil die grote leugens worden. Dit alles leidt tot een pathetische zelfmoordpoging. Was Amparo arm en zielig, viel het leven haar koud op de nek, dan heeft mevrouw Bringas haar problemen helemaal aan zichzelf te danken. Zij is de snob die mode op krediet koopt en op den duur de ene lening moet afsluiten om de andere te betalen. Tot overmaat van ramp is zij met een vrek getrouwd. Meneer Bringas moet als topambtenaar aan het hof zijn stand ophouden, maar telt elke avond zijn geld. Tot hij op een mooie dag door een ooginfectie getroffen wordt die hem tijdelijk met blindheid slaat. Nu kan mevrouw ongemerkt het kistje plunderen. Denkt ze, maar een oude vrek moet je geen streken meer leren. Tormento en Mevrouw Bringas zijn lichtelijk moralistische verhalen over de dwang van het conformisme en de grenzen van het menselijk fatsoen. De wereld die erin beschreven wordt, is die van het ancien régime, waar men kruipt voor het gezag, angstig is om de gunst van de vorst te verliezen en overdreven bekommerd is om wat ze van je denken. De wereld als schouwtoneel waar je je geen uitschuiver kunt permitteren. Die cultuur van de uiterlijkheid en de schone schijn vind je volgens Galdós niet alleen aan h et hof maar in de hele Spaanse maatschappij. ‘s Middags gaan de Madrilenen de deur uit voor een wandeling in hun paasbeste kleren, de kinderen prachtig uitgedost, de ouders even gewichtigdoenerig als altijd. Al kan Bruin het eigenlijk niet trekken, men huurt een koets om te paraderen op de chique boulevards. Galdós laat zien wat achter de façade schuilgaat: armoe, huwelijksproblemen, overspannen verwachtingen, het hele spel van menselijke passies waar een romancier goed garen bij spint. De façadementaliteit van zijn landgenoten is voor Galdós een onuitputtelijke bron. Het uitgangspunt is realisme (schrijven wat hij rond zich ziet), het resultaat heeft veel van een moderne soap: het kan zo gek niet zijn of Galdós gebruikt het. Wie het met een afstand van meer dan een eeuw een beetje nuchter bekijkt, moet toegeven dat de wendingen van de plot soms te belachelijk zijn voor woorden. Dat mag echter niet storen, want Tormento en Mevrouw Bringas blijken ook onverwachts humoristische romans te zijn. Ik schrijf ‘onverwachts’ omdat de Spaanse literatuur vaak geassocieerd wordt met een ondraaglijke zwaarte: de Zwarte Renaissance, het donkere pessimisme van de Contra-Reformatie, de virtuoze maar humorloze barok, de Inquisitie, later ook het beladen verleden van de Burgeroorlog. Dit werk van Galdós hoort tot een vrolijker tegentraditie: die van de schelmenroman (het motief van de blinde gierigaard die bedrogen wordt) en, jawel, de Don Quichot. Door de spitsheid, de ironie en de stijl, die vooral in de vertaling van Frans Oosterholt bewaard gebleven zijn, vallen deze ongeloofwaardige verhalen nog zeer goed te lezen.
|